Zelf je tuin ontwerpen, stap voor stap
De volgorde bepaalt of een tuinontwerp klopt. Wie begint bij de terrastegels, tekent zich vast; wie begint bij de maten en de zon, houdt ruimte om te schuiven.
Begin bij de maten, niet bij de wensen
Bijna elk tuinontwerp dat niet uitkomt, gaat mis in de eerste stap. Een tuin van "ongeveer acht bij tien" blijkt 7,40 bij 9,15 te zijn, en dan past de overkapping van drie meter net niet meer naast het schuurtje. Meet daarom eerst, en teken daarna pas.
Je hebt drie maten nodig voordat je iets kunt tekenen: de breedte en de diepte van het perceel, de plek en de maat van het huis en de schuur, en de positie van vaste zaken die niet verplaatsen. Denk aan een put, een buitenkraan, de meterkast aan de buitenmuur, een boom die blijft staan en de erfgrens met de buren.
Leg de bestaande situatie vast
Teken eerst wat er al is, in grijs of gestippeld: het huis, de schutting, de bestaande bestrating, de bomen. Die laag is je ijkpunt. Zonder die laag ontwerp je een tuin die op papier klopt maar in het veld twintig centimeter verschuift, en twintig centimeter is precies het verschil tussen een tegelmaat die uitkomt en een rij snijwerk langs de gevel.
Een luchtfoto onder je tekening scheelt hier het meeste werk: je trekt de erfgrens en het huis over in plaats van ze uit te meten. Let wel op dat een luchtfoto scheef kan staan door de kijkhoek, vooral bij hoge gebouwen. Controleer daarom minstens een maat met de rolmaat.
Zet zones neer voordat je materialen kiest
Een tuin bestaat uit een handvol zones: zitten, eten, spelen, groeien, bergen en lopen. Zet die eerst als vlekken op je tekening, zonder materiaal en zonder maat. Zo zie je meteen of ze passen, en of de looproute tussen keukendeur en schuur niet dwars door de zithoek loopt.
- Zitten en eten: reken op 3 bij 3 meter voor een tafel met vier stoelen waar je omheen kunt lopen, en 3,5 bij 4 meter voor zes personen.
- Lopen: een pad waarover je met een kruiwagen moet, is minstens 90 centimeter breed. Naast elkaar lopen vraagt 120 centimeter.
- Bergen: een schuur heeft aan de deurzijde anderhalve meter vrije ruimte nodig, anders krijg je de fiets er niet uit.
- Groeien: een border onder de 60 centimeter breed blijft altijd mager ogen, omdat er geen tweede plantlaag in past.
Volg de zon, niet het uitzicht
De plek waar je het liefst zit, is meestal de plek waar de zon om zes uur staat, niet de plek met het beste uitzicht. Kijk voor elke zone naar het tijdstip waarop je hem gebruikt. Een ontbijtterras wil ochtendzon aan de oostkant, een eetterras wil avondzon aan de west- of zuidwestkant.
Schaduw komt van drie dingen: het huis, de schutting en de beplanting. De eerste twee staan vast en zijn goed in te schatten; de derde verandert. Een sierkers van nu twee meter staat over tien jaar op vijf, en die schaduw valt dan precies over het terras dat je eromheen legde.
Kijk naar het hoogteverschil voordat je bestrating kiest
Vrijwel geen enkele tuin ligt vlak. Een verschil van twintig centimeter over tien meter merk je nauwelijks als je erdoorheen loopt, maar het is wel twee kuub grond als je het wilt egaliseren. Loopt de tuin naar het huis toe af, dan is het bovendien geen keuze maar een probleem dat je moet oplossen.
Bestrating vraagt altijd een klein afschot, ongeveer één centimeter per meter, van de gevel af. Dat is geen detail voor later: het bepaalt waar het water heen gaat en dus waar een put of een grindkoffer komt. Meer over hoogteverschil en wat het kost om het weg te werken.
Beplanting in lagen, niet per plant
Kies niet eerst de planten die je mooi vindt en zoek daar dan een plek bij. Werk in lagen: eerst de bomen en grote heesters die de structuur bepalen, dan de vaste planten die de border vullen, dan pas de bollen en eenjarigen die het seizoen kleur geven.
Houd rekening met de eindmaat en niet met de potmaat. Een hortensia die nu dertig centimeter is, wordt anderhalve meter breed. Drie op een rij met vijftig centimeter ertussen staat er over drie jaar als één massa, en dat is precies de fout die in bijna elke zelfaangelegde border zit.
Tel pas op het laatst
Als de tekening klopt, tel je wat erin zit: vierkante meters bestrating, meters schutting, aantal planten, kuubs grond. Dat lijstje is waarmee je naar een hovenier of een bouwmarkt gaat. Een ontwerp zonder die getallen levert een offerte op met veel aannames erin, en aannames worden meestal in het nadeel van de klant ingevuld.
Reken bij tegels vijf tot tien procent snijverlies mee, meer bij een diagonaal patroon of een ronde vorm. Bij grond reken je in kuubs: lengte maal breedte maal de hoogte in meters.
Veelgestelde vragen
Hoe lang duurt het om een tuinontwerp te maken?
Moet ik op schaal tekenen?
Kan ik mijn ontwerp door een hovenier laten uitvoeren?
Zelf aan de slag? De tuinplanner tekent op echte maten, met de luchtfoto en de hoogtes van je eigen perceel. Gratis en zonder account.
Open de tuinplannerVerder lezen
- Je tuin op schaal tekenen. Op schaal tekenen is het verschil tussen een plaatje en een plan. Je hebt er weinig voor nodig: een rolmaat, een vaste hoek om vanaf te meten, en een schaal die op je papier past.
- Hoogteverschil in de tuin. Een tuin die afloopt is geen probleem, tot je er een terras in wilt leggen. Dan bepaalt het hoogteverschil de opbouw, de afwatering en een flink deel van de kosten.
Bijgewerkt op 25 September 2026.