Je tuin op schaal tekenen
Op schaal tekenen is het verschil tussen een plaatje en een plan. Je hebt er weinig voor nodig: een rolmaat, een vaste hoek om vanaf te meten, en een schaal die op je papier past.
Wat "op schaal" betekent
Op schaal tekenen betekent dat elke centimeter op je tekening een vast aantal centimeters in het echt is. Bij schaal 1:50 is één centimeter op papier een halve meter in de tuin, bij 1:100 is het een hele meter. Zolang die verhouding overal gelijk is, kun je uit de tekening maten aflezen die kloppen.
Voor een achtertuin tot ongeveer twaalf meter werkt 1:50 prettig op een A3, en 1:100 op een A4. Een voortuin of een klein stadstuintje kan op 1:20, waarmee je ook tegelverbanden kunt uittekenen. Grotere percelen gaan naar 1:200, maar dan verdwijnen de details.
Meten: begin bij één vaste hoek
Kies één hoek van het huis als nulpunt en meet alles daarvandaan. Meet nooit van het ene object naar het volgende en dan weer verder, want dan telt elke meetfout op bij de vorige. Aan het eind van zo'n reeks zit je er zo tien centimeter naast.
- De gevel van het huis, inclusief de plek van deuren en ramen op de begane grond.
- De erfgrens aan alle zijden, met de afstand vanaf de gevel.
- Vaste objecten: schuur, put, kraan, boom, elektrakast.
- Twee diagonalen, hoek tot hoek. Die verraden of je tuin echt rechthoekig is, en dat is hij vaak niet.
Die laatste is de belangrijkste en wordt bijna altijd overgeslagen. Een tuin die aan beide zijden even lang is maar verschillende diagonalen heeft, is een parallellogram. Teken je hem als rechthoek, dan loopt je bestrating scheef ten opzichte van de schutting.
Een luchtfoto als onderlegger
Van heel Nederland zijn actuele luchtfoto's beschikbaar als open data van de overheid, met een resolutie van ongeveer acht centimeter per pixel. Als je zo'n foto op schaal onder je tekening legt, trek je de erfgrens en het huis gewoon over.
Twee dingen om op te letten. Een luchtfoto wordt schuin genomen, dus hoge gebouwen lijken iets te "vallen"; de voet van de muur is de juiste plek, niet de dakrand. En een schutting is op de foto vaak nauwelijks te zien, zeker onder een boom. Controleer daarom altijd minstens één maat met de rolmaat voordat je verder tekent.
Wat je uit een tekening op schaal kunt halen
Zodra de tekening klopt, kun je erin meten in plaats van schatten. Dat levert direct de getallen op waar je iets mee kunt:
- Vierkante meters per soort verharding, beplanting en gazon.
- Strekkende meters schutting, haag, band en kabel.
- Aantallen planten, lampen en palen.
- Kuubs grond bij ophogen of afgraven.
Met die lijst kun je een bouwmarkt of een hovenier om een prijs vragen zonder dat iemand hoeft te gissen. Het is ook de enige manier om twee offertes eerlijk te vergelijken: als beide partijen van dezelfde hoeveelheden uitgaan, gaat het verschil over werk en materiaal en niet over interpretatie.
Op papier of op de computer
Ruitjespapier werkt uitstekend en is voor een eerste schets vaak sneller dan een programma. Neem één hokje is een halve meter, dan zit je op een bruikbare schaal en hoef je niet te rekenen.
Een programma wint zodra je gaat schuiven. Een terras vijftig centimeter verplaatsen is op papier gummen en opnieuw tekenen; op een scherm sleep je het en lopen de maten mee. Ook het optellen van hoeveelheden gaat vanzelf, en dat is precies het werk waar met de hand fouten in sluipen.
Veelgestelde vragen
Welke schaal moet ik kiezen?
Hoe meet ik een tuin die niet rechthoekig is?
Is een luchtfoto nauwkeurig genoeg?
Zelf aan de slag? De tuinplanner tekent op echte maten, met de luchtfoto en de hoogtes van je eigen perceel. Gratis en zonder account.
Open de tuinplannerVerder lezen
- Zelf je tuin ontwerpen, stap voor stap. De volgorde bepaalt of een tuinontwerp klopt. Wie begint bij de terrastegels, tekent zich vast; wie begint bij de maten en de zon, houdt ruimte om te schuiven.
- Een tuinontwerpprogramma kiezen. Er zijn tientallen programma's om een tuin mee te tekenen, en ze verschillen minder in tekenen dan in wat ze daarna met je tekening doen.
Bijgewerkt op 25 September 2026.